Reis naar Denemarken 2001

Verslag van Eiko Rozenga

Met de "Strûner" naar Denemarken.

 

1 .De heenreis

Het is Vrijdag 14 juli.2000. We liggen met 2 boten in de haven van Delfzijl. Behalve de Strûner (C777-210) is de andere deelnemer de "Aquator ( C850-23) van Henk en Joke Torreman . Oorspronkelijk zou er ook nog een C999 meegaan , maar deze zag waarschijnlijk toch op tegen deze reis en zegden af.

Ben en Corrie, mín opstappers zijn zojuist aangekomen en Thea mín vrouw is vertrokken naar Heemskerk. Samen hebben we al enige weken rondgezworven over het Nederlandse Wad. Echter zij heeft niet zoín lange vakantie als ik en daardoor is ze nu vertrokken.

Het weer is ons tot nu toe slecht gezindt geweest, veel regen, kou en harde wind.

Naar men zegt,zal het vanaf Maandag beter weer worden. Ik hoop het, hoewel ik niet zoveel vertrouwen meer heb in de langer-termijn-weersvoorspelling.

De volgende dag Zaterdag is het weer zodanig dat we niet uitvaren .Te veel wind uit het Noord-westen en om met windkracht 6 tegen de stroom in naar Borkum te varen is geen pretje. Tenslotte hebben we vakantie.

Zondags wagen we het er op. De wind zal iets gaan afnemen. En zo verlaten we Delfzijl.

Tot ongeveer de Eems-centrale gaat het redelijk, daar je enigszins beschutting hebt van de vaste wal. Maar dan krijgen we de volle mep van de toch nauwelijks afgenomen wind en de toenemende eb-stroom. We maken dan ook behoorlijke klappen. Soms kunnen we onder de

"Aquator" door kijken, zulke sprongen maken ze. Alles echter onder kontrole en zonder noemenswaardige schade bereiken we "Port Henri" op Borkum. De enigste schade is dat ik onderweg mín radar-reflector verloren ben.

Hoewel het een ongezellige en rommelige haven is, heb je hier goede fasciliteiten en is het een beter beschutte haven dan de Burkana-haven op het oude Marine-complex.

síAvonds gaan we met elkaar met de bus naar het stadje zoín 8 km. verder op. Corrie vindt de oude imposante hotels en Kur-orts uit begin 1900 met hun witte kleur schitterend mooi. Zelf vind ik altijd het uitzicht naar het westen prachtig . Je ziet dan Rottummeroog, Rottummerplaat en bij helder weer Schiermonnikoog liggen. Mischien een beetje jeugd-sentiment??

De volgende dag is het redelijk weer, N.W-wind 4 à 5 met nu en dan de zon.

We vertrekken 3 uur voor hoogwater richting Norderney, een prachtige tocht onder de eilanden langs. Alleen in het zeegat van de Ooster-Eems en tussen Juist en Norderney is het nog aardig woelig.

De havenmeester begroet ons met "ben je er nu alweer". Ja het is inderdaad de 3e keer binnen 2 maanden dat ik Norderney aanloop.

síAvonds met zín allen heerlijk vis gegeten in het nieuwe havenrestaurantje. Echt gezellig en lekker. Daarna zijn Ben ik nog "even" onze bekenden in de "Schwalbennest" op gaan zoeken. Een zeer gemoedelijke Kneipe in het stadje. Bij terugkomst lag Corrie al te kooi, maar had ,heel lief van haar, de bar klaar gezet voor een afzakkertje.

De volgende ochtend, Dinsdag 18 juli vertrekken we ruim voor HW. richting Spiekeroog of indien mogelijk Wangeroog. Echter het wantij van Baltrum gooit roet in het eten of je kunt ook zeggen onze diepgang. Dit wantij is een van de ondiepste en daardoor kunnen we ca. 1 uur voor HW deze passeren. Hierdoor komen we niet verder dan Spiekeroog.

Corrie heeft van haar toch nog wel "jonge" leven, nog nooit zoveel zeehonden bij elkaar gezien als daar op het meest oostelijke puntje van Norderney. Inderdaad schat ik dat er wel 50 à 60 robben liggen.

Het weer is goed, niet warm maar toch een zonnetje en een ruime wind. Hoewel de barometer zakt vrij snel, wat niet veel goeds voorspeld

En inderdaad de eerstkomende 3 dagen waait je hemd van je lijf. Steeds windkracht 7 à 8 .

Wel is het zonnig weer. Dus op zich is het dan geen straf verwaaid te liggen op zoín prachtig eiland als Spiekeroog . We vermaken ons dan ook prima met wandelen , terrasje zitten , bezoekjes aan "Blanke Hans" síavonds. Hier ontmoet ik Tonnie Oldmans weer . Deze heeft in 1991 de deelnemende Compromis-clubleden zeer gastvrij ontvangen en iets van het leven op Spiekeroog laten zien. Ook het bekende petje wat ik vaak draag op de boot, heb ik als "commodoor" zo als hij mij toen noemde, van hem gekregen. Hij vertelde mij dat hij een man en een vrouw zich goed kon herinneren en wel een zekere Piet ( Piet Kleerbezem) en "Hannibal". (Hannie Oortwijn)

Ook bij de havenmeester van Spiekeroog kan ik geen kwaad doen als hij verneemt dat ik dezelfde voornaam heb als hij.

Ik was eerst van plan om vanuit Spiekeroog de oversteek naar Cuxhaven te maken, maar ik kom tot konklusie dat de drempel in het zeegat alhier wel erg ondiep is en we met afgaand water hierover heen moeten. Dus besluit ik om naar Wangerooge te varen. Daar is de drempel wat dieper.

Zodoende varen we Zaterdag 22 juli naar Wangerooge, een eiland verder. Het weer knapt zienderogen op en de voorspellingen zijn voor de komende dagen goed, zomers zelfs.

De haven van Wangerooge is, zoals altijd sízomers, overvol, daar dit voor de meeste Oostzee-gangers de laatste haven voor de oversteek richting Kieler-kanaal is.

We vinden echter naast elkaar een mooie plaats naast een stevig motorboot uit Bremen.

síAvonds maak ik een lange wandeling langs de westkant van het eiland. Hoog op de duinen kan ik de boeien zien die ons morgen over de banken naar buiten leiden.Het is een rustige, mooie zomeravond. Ik hoop dat het morgen ook zo mooi is.

Het weer is prachtig mooi en het is om Ĺ 9 ,als we uitvaren, al warm.

Het is ongeveer 2 uur na HW. Dus afgaand tij. De Aquator vaart rustig voor ons de haven uit. Ze houden iets te veel bakboord aan en lopen heel even vast. Dus ze zoeken nu de open prikken aan stuurboordkant op. Echter vatten ze dit te letterlijk en zie ik ze te dicht bij de prikken komen, ik geef nog een brul, maar te laat, ze lopen vast. Ze proberen met vol motor -vermogen los te komen, maar dat lukt niet .

Ik probeer hun van de ondiepte af te trekken, maar ook mijn motor-vermogen is niet toereikend. Een passerende motorboot doet ook nog een vergeefse poging. Intussen zie ik aan de waterlijn van de Aquator dat deze ruim 20 cm hoger is gekomen en roep naar de Torretjes dat het geen zin meer heeft, het water zakt te snel. Ze moeten er in berusten en wachten dat het water weer opkomt. Dat is om ongeveer 12 uur símorgens

 

Ik vaar weer naar de haven en leg aan, want vandaag wordt het niets meer om verder te varen. Intussen zien we vanuit de haven dat de Aquator steeds schever is komen te liggen.

Corrie maakt een pot koffie en daarna gaan we via het strand naar de gestrande Aquator.

Henk is aan het proberen de boot nog wat te stutten met aangespoeld hout. Naar mijn mening heeft dit weinig nut, daar de boot al helemaal op haar zij ligt.

Gelukkig is het zeer rustig weer, dus voor schade hoeft men niet bang te zijn.

De boot is nu een geliefd object geworden voor fotografen. We drinken koffie en eten wat broodjes en verder moeten we in leidzaamheid wachten tot het water weer gaat stijgen.

Om 11 uur zie dat het water eerst heel langszaam opkomen, een half uur later gaat het al veel sneller en tegen kwart over 12 drijft de boot al weer bijna.

Henk en Joke gaan weer aan boord om zo gauw ze los komen het anker op te halen en naar de haven te varen.

Na dit avontuur besluiten we met het treintje naar het dorp te rijden. Echter Corrie en ik zijn net te laat . De trein rijdt voor onze neuzen weg. Ben heeft het wel gehaald. Over ruim een uur gaat de volgende. Dus besluiten we maar te gaan lopen. Ik neem de tijd op en na een stevige wandeling blijkt dat je het in 50 minuten kunt lopen. síAvonds gaan we met het treintje terug.

De volgende dag, Maandag 24 juli, staan we weer vroeg op, want we gaan weer een poging doen om het Kielerkanaal ( eigenlijk is het de Nord-Ostsee-Kanal) te bereiken.

Het weer is niet zo zonnig als gisteren, maar er is wel iets meer wind, echter wel N.O.dus tegen. Je kunt ook niet alles hebben.

We verlaten Wangerooge om ca .8.30 uur. De Aquator blijft nu keurig achter de Strûner varen. Op de banken tussen en voor de eilanden is het nogal onrustig maar zo gauw we de aanloopton "Harle" gepasseerd zijn, komen we op dieper water en wordt het een stuk rustiger. We leggen de boten op een koers richting WTN-boei ( waypoint) dit is de eerste boei van het hoofdvaarwater naar de Elbe-monding.

 

Zo heb ik op ieder punt waar ik van koers moet veranderen een waypoint in mín GPS ingetoetst. Dit na een slechte ervaring toen ik in een dichte mist belandde en ik alleen maar het eindpunt als waypoint had ingetoetst.

Doordat we tegenwind hebben varen we op de motor. We blijven onder de vaarroute van de grote schepen die we dan ook ten noorden van ons voorbij zien varen. Twee maal moeten we wijken voor een paar grote tankers die de Wezer-monding in gaan, richting Bremen of Wilhelmshaven.

Omstreeks 14.00 uur bereiken we de WTN-boei en doordat onze koers hier wat afbuigt en de wind wat meer naar het noorden draait, kunnen we zeilen bij zetten. Het gaat voortreffelijk en al gauw zien we de kleine eilandjes Scharhorn en Neuwerk zuidelijk aan ons voorbij glijden.

Door dat we nu stroom mee hebben en de wind steeds ruimer inkomt maken we een snelheid over de grond van tussen de 8 en 9 knopen. Tegen 16.00 uur zijn we dan ook al bij Cuxhaven en hier besluiten we om van de gunstige wind en stroom te blijven profiteren en door te varen naar de sluizen van Brûnsbûttel. De wind neemt wat toe, maar doordat de wind en stroom in de dezelfde richting gaan blijft het water mooi vlak. We scheren dan ook in een record-tijd naar Brûnsbûttel. Hier moeten we een tijdje wachten voordat we geschut kunnen worden.

Er wachten nog een paar Nederlandse boten, waarvan een uit Lauwersoog.

Ik meen hier een bekende op te zien en vaar rustig naar hem toe en zie dat het mín vroegere jeugdvriend Enno Olsmijer is. Hij staat me dan ook vreemd aan te kijken als ik zín naam roep en herkent me dan ook niet. Wat wil je , zeker 35 jaar geleden voor het laatst gezien . Maar als ik mijn naam noem herkent hij mij toch. Als we in de sluis liggen maken we een praatje met elkaar. Hij en zín vrouw zijn eergisteren uit Lauwersoog vertrokken naar Norderney en vandaag naar Brûnsbûttel maar dan wel over de Noordzee.

Als we omstreeks 19.00 uur geschut zijn, zoeken we het kleine jachthaventje vlak achter de sluis op. We hebben een lange maar mooie dag achter de rug.

 

De volgende dag varen we om 8 uur uit, want we willen in één keer door het 100 km. lange N.Ostsee-Kanaal. Het weer is er niet beter op geworden, druilerig.

Na ruim 60 km. gevaren te hebben leggen we aan vlak voor de beroemde brug met hangend veerpont van Rendsburg. Hier tanken we diesel en doen een paar boodschappen bij de nabij gelegen supermarkt. Henk van de " Aquator" koopt nog gauw even een nieuwe accu.

En dan varen we weer verder, de laatste 40 km. naar Holtenau aan het eind van het kanaal.

Hier aangekomen worden we na een tijdje wachten geschut nadat iedere boot 21 Mark heeft betaald. Ook hier zoeken we een plaatsje in de jachthaven vlak achter de sluis.

Eindelijk liggen we dan na 11 dagen van ons vertrek uit Delzijl op de Oostzee. Dit inplaats van de geplande 5 dagen.

  1. Op de Oostzee

 

Het is woensdag 26 juli, Het weer is schitterend , zonnig en al aangenaam van temperatuur.

We gaan eerst belastingvrije inkopen doen bij Hermann Thyssen, Ben en ik vullen onze spiritualien aan terwijl Corrie een "voorraadje" sigaretten en wijn aanschaft.

Nadat we alles goed gestouwd hebben, varen we uit. Het is wel eens heerlijk om niet uit varen afhankelijk van het tij, want echt eb en vloed heb je hier niet.

Ik laat mín bijbootje te water en Corrie laat zich zachtjes in dit bootje achter ons aan slepen.

En zo spelevaren we wat. Echter de bedoeling is dat we naar Maasholm willen, dus als we de Kieler Förde uit zijn, wordt het bijbootje weer in zín davits gehesen en vervolgen we onze tocht. We koersen tussen de 2 grote platforms ,die daar liggen, door naar de oostkust van Sleeswijk Holstein en komen zo keurig langs het beruchte "Sperr-gebiet" waar de vorige keer diverse deelnemende Compromissen een bekeuring kregen toen ze daar binnen voeren.

We zien het nieuwe watersportcentrum "Damp 2000" liggen. Het ziet er erg ongezellig en kil uit, althans zo als wij het op afstand kunnen bekijken.

Nee, wij gaan door naar het mooie en sfeervolle vissersdorpje Maasholm binnen in de Schlei.

Hier vinden we in de grote jachthaven een box. We doen wat boodschappen en zoeken een terrasje op. Hier tracteerd Ben ons op een etentje omdat hij gisteren 54 jaar is geworden en ik het helemaal vergeten was. Het is heerlijk en gezellig.

Als we terug komen wordt ik begroet door een Duits echtpaar uit Wilhelmshaven, die ik in mín thuishaven ontmoet heb en tijdelijk mín buren waren op de jachthaven, daar ze een Compromis 888 gekocht hadden en in afwachting waren van de afgelevering. Ze waren op de terugreis van Denemarken met hun nieuwe boot, welke, hoe kan het ook anders, hun zeer goed beviel.

De volgende ochtend als ik terug kom van het douchen, kom ik Corrie tegen met een gezicht als een oorwurm. Het blijkt dat ze haar contact-lens in de boot heeft laten vallen en het niet meer terug kan vinden. Als ik voorzichtig zoek, vind ik het tussen de kranten op het trapje.

Het gezicht van Corrie verandert op slag. Och, en dan ziet ze er toch wel aardiger uit.

Als we weer onder zeil zijn, richting Mjelsvig op het Deense eiland Als betrekt de lucht en krijgen enkele regenbuien te verwerken en begint het hard te waaien als we een paar mijl van Sônderborg af zijn. We rollen de genua voor de helft op en zetten een rif in het grootzeil.

Voor de brug over de Als-sund bij Sônderborg moeten we een half uur wachten daar deze voor onze neus dicht gaat. De Aquator is het wel gelukt om er door te komen en wacht op ons andere kant van de brug. Als we ook door de brug zijn blijven we op de motor varen daar we de wind pal tegen hebben.

Wat een verschil met 4 jaar geleden, toen was het prachtig weer en dan is het een lust om hier te zeilen. Nu is alles grauw, nat en regenachtig.

Uiteindelijk varen we de Dyvig in met zín zeer nauwe doorvaart wat echter zeer goed bebakend is, om daarna de bijna verborgen Mjelsvig in te varen. Hier liggen enkele boten voor anker. Wij varen voorzichtig verder naar het haventje van het dorpje Mjels. Wat is het hier toch mooi en wat een rust.

We worden verwelkomd door mín zwager Frans en zín vriendin Jo, zoals we al hadden afgesproken in Holtenau per Pre Pay-telefoon.

Zij zijn al vanaf 10 mei onderweg en zijn al in Rügen, Bornholm, Zuid-Zweden en Kopenhagen enz. geweest. Dus erg leuk om elkaar hier te ontmoeten. We hebben veel om bij te praten.

Vrijdag 28 juli gaan de Aquator en de Strûner verder Denemarken in, terwijl de Bonito van Frans en Jo richting Kappeln in de Schlei gaan.

Het weer is goed, al staat er niet al te veel wind. En zo varen we rustig over de Lille Baelt naar de monding van Haderslev Fjord.

 

Hier strijken we onze zeilen omdat we nu de smalle fjord invaren en tegenwind hebben.

Het is hier een prachtige omgeving. We varen tussen de heuvels door die afwisselend begroeid zijn met bossen en korenvelden. Ook zijn hier prachtige en zeer beschutte ankerplaatsen. Aan het eind van deze 9 km. lange fjord ligt de stad Haderslev met ca. 30.000 inwoners, een mooi en levendig stadje met veel monumenten.

We gaan aan de noordzijde van de haven liggen omdat het er daar het rustigst is. We mogen gebruik maken van de fasciliteiten van de jachthaven aan de overzijde. Doordat we al vroeg in de middag hier zijn , maken we een wandeling door het stadje. Er is markt, wat altijd wel gezellig is. Ook bezoeken we de grote kerk waar een orgel-concert gegeven wordt. Al met al zeer de moeite waard om te bezoeken.

Als we de volgende ochtend vertrekken is het zonnig weer en weinig wind. We varen de 9 km. lange, maar prachtige fjord uit en varen onder het eiland Aero door om zo naar het haven-stadje Assens te gaan. Het water is als een spiegel. Doordat de afstand niet zo groot is, zien we het stadje al gauw liggen, hoewel we er eerst een heel eind voorbij moeten varen om in de toegangsgeul naar de haven te komen.

Hoewel het een grote jachthaven heeft, is het vrij vol. Maar we vinden allebij nog een vrije box. We gaan het stadje in. Het is een industriehaven met enkele papierfabrieken en verder is het vrij rustig, zeg maar stil in het stadje. Echter al gauw weten we waarom. Het is namelijk Zaterdagmiddag en dan zijn hier alle winkels gesloten. Niet gezellig dus. síAvonds gaan Corrie en ik nog even naar het haven-café, waar Corrie koffie met een glaasje Cointreau ( een vast gebruik op den duur) en ik enkele glazen ôl of te wel bier nuttigd. Het is er wel gezellig.

Zondag 30 juli. Het weer wordt er niet beter op. Er staat een stevige N.W.wind en het is donker weer. We varen uit met alleen de genua op omdat we pal voor de wind varen. Het is de bedoeling om naar Faaborg te zeilen. Er staan hoge rollers en de wind neemt behoorlijk toe. Een niet zoín prettige koers en via de marifoon horen we dan al gauw dat de zeeziekte op de Aquator heeft toegeslagen. Joke ligt ziek te kooi.

Intussen trekt de wind nog meer aan en begint door het want te loeien. We rollende genua nog meer op en maken even goed nog een snelheid van soms 8 knopen. Dan begint het ook nog te regenen, het kan niet op. Maar ook hier komt een eind aan als we onder de beschutting komen van enkele eilanden die voor Faaborg liggen. We leggen aan in de gemeentehaven van Faaborg naast een grote stalen motorsailer uit Emden. Wat is het hier veranderd sinds ik hier 6 jaar geleden voor het laatst was. Toen werd meer dan de helft van de haven ingenomen door de vissersvloot. Nu is de haven voor het grootste gedeelte een jachthaven geworden. Het stadje is een erg leuk en gezellig plaats met een leuke centrum , mooie straatjes met oude pandjes. síAvonds als we in een leuk gezellig havenkroegje zitten, maken we kennis met Niels, een visser van Faaborg. Hij belooft aan Ben dat hij morgenochtend om 10 uur een portie verse vis zal brengen aan boord. Althans dat dachten we.

De volgende dag om 10 uur ziet Ben dat Niels naar onze boot loopt te zoeken en roept hem.

Hij komt aan boord met hengel en allerlei visgerei. Nu blijkt dat we een kommunicatiefout hebben gehad gisteravond. Hij zou geen vis brengen, maar hij zou met ons gaan vissen op zee. Zo had hij het begrepen. Ik breng hem aan het verstand dat het veel te hard waait om te vissen en Ben zegt dat hij gaat douchen en laat mij mooi zitten met hem. Ik bied hem koffie aan maar dat hoeft hij niet ,hij wil wel bier. Nou zo te zien aan zín ogen loopt daar het bier nog uit van gisteravond. Gelukkig wordt hij op de wal gezocht en verlaat ons weer met hengel en al.

Het waait vandaag inderdaad nog erg hard en we blijven dan ook liggen in Faaborg. En zo bezoeken we onder anderen Het "Gammele Hus" een museum van Faaborg in vroegere tijden. Ze hebben zelfs een beschrijving in het Nederlands. Corrie leest in ieder vertrek voor wat daar te zien is. Het is erg interessant. síAvonds gaan we uit eten bij een chinees, echter de Deense chinesen kunnen niet tippen met de Nederlandse Chinesen. Nee, we zijn beter gewend.

 

Dinsdag 1 augustus. We zouden nog naar Aeroskôbing zijn geweest maar door het verwaaid liggen besluiten we langzamerhand de terugreis te beginnen en naar Mommark aan de oostkust van het eiland Als te gaan.

Het weer is wat de wind betreft wel beter geworden maar het is wel erg mistig. Gelukkig hebben we tegenwoordig GPS.

Corrie heeft vandaag besloten om eens van boot te wisselen en gaat bij de Aquator aan boord. Ze vraagt niet eens of wij het wel goed vinden en deserteerd gewoon en laat de Strûner achter met 33 % minder bemanning. Is de kok misschien niet goed of is de schipper te autoritair? Per slot van rekening is ze al eens door de schipper de kajuit in gestuurd omdat hij dacht dat ze toch maar in de weg stond. Of vind ze misschien dat ze geen aandacht genoeg krijgt? Ben en ik prakizeren ons suf naar de reden van haar besluit. Kort samengevat, een volkomen raadsel. Maar we vinden het maar zozo.

Intussen varen we in een dichte mist. Het is tussen de eilandjes voor Faaborg goed uitkijken en zaak dat je de vaargeul aanhoudt daar er nog verscheidene ondieptes liggen.

Na enige uren moet, volgens mín GPS, de oostkust van Als in zicht komen . Maar we zien alleen maar een grijze massa en zelfs geen onderscheid tussen water en lucht. Als door een windvlaag het een beetje lichter wordt zien we dat we vlak bij de haven van Mommark zijn.

Er moeten 2 aanloop-tonnen voor de haven-ingang liggen maar die kunnen we niet zien.

Ik vaar dus richting kust, goed mín dieptemeter in de gaten houdend, tot we de boeien zien liggen. En zo varen we het kleine pittoreske haventje binnen.

Het is er hier en daar erg ondiep maar we vinden een geschikt plekje en worden verwelkomd door een zeer vriendelijke havenmeester. We kopen bij een plaatselijke vissersman kabeljauw, die Ben bakt en waar we heerlijk van smullen.

Tot onze stomme verbazing zien we een vrij grote veerboot het haventje binnen varen en manouvreert heel precies langs alle bootjes. Preciezie-werk, klasse!

Mommark heeft een klein maar lief haventje en ligt in een mooie omgeving.

Op aanraden van de havenmeester maken Corrie en ik een prachtige wandeling langs de stenige strand en door korenvelden. Ja, u hebt het al begrepen. Corrie is gelukkig weer bij ons aan boord teruggekeerd.

De volgende dag verlaten we Denemarken en gaan weer naar Maasholm. Het weer is matig, er is bijna geen wind en ook nog tegen en het is weer mistig. Dus de motor aan.

En zo varen we na enige uren de Schlei in richting Maasholm.

Ook hier kunt je belasting vrij inkopen doen en Corrie, als zware nicotine-verslaafde, vult dan ook hier haar voorraad sigaretten aan.

  1. De terugreis.

Donderdag 3 augustus. Het weer is prachtig als we Maasholm verlaten. Er staat een pittig windje uit het zuid-westen. We varen dan ook eerst alleen op de genua de Schlei-mond uit en zetten daarna ook het grootzeil bij. Bij het op loeven om het grootzeil te zetten loop ik vast in dit ondiepe Schlei gedeelte. Echter de motor even bij en we zijn weer los.

Scherp aan de wind varend kunnen we het beruchte Sperrgebied ontwijken, hoewel de Aquator wel een hoekje van het sperrgebied pakt. Gelukkig zonder gevolgen.

En zo bereiken we Holtenau, het begin van het Nord-Ostsee-Kanal. We kunnen al gauw geschut worden en kunnen onze reis dan ook voort zetten naar Rendsburg. Hier zoeken we het gezellig haventje op helemaal achterin de Ober-Eidersee. Hier lig je dicht bij het centrum van de stad en heb je alle voorzieningen. We gaan het gezellig stadje in en besluiten om uit eten te gaan .Op de marktplein vinden we een terrasje waar we heerlijk eten.

De volgende dag varen we naar Brunsbüttel waar we weer overnachten om de dag daarop naar Cuxhaven te varen.

Met de stroom mee en een halve wind gaan we met een sneltreinvaart richting Cuxhaven.

We moeten zelfs op tijd de zeilen strijken daar je anders met de sterke stroom de haven -ingang voorbij schiet. We meren tegen 12 uur in Cuxhaven aan, zodat we genoeg tijd hebben om de stad in te gaan.

Het weer is prachtig, alleen horen we dat er een harde wind voor de komende dagen verwacht wordt ( windkracht 6 aanwakkerend tot 8 ). Dus nemen we het besluit, nu het nog kan om morgen Zondag 6 augustus, naar Ottendorf te varen en vandaar binnendoor de terugreis te vervolgen.

Zo varen we de volgende dag tegen 14.00 uur richting Ottendorf, waar we daar aangekomen de mast plat leggen. Het is wel even wat meer werk dan vroeger met de C720. Maar samen met de bemanning van de Aquator hebben we binnen 2 uurtjes de masten van beide boten netjes en goed geschoord op de boten liggen.

síAvonds ga ik er alleen op uit om het stadje Ottendorf te bekijken. De rest heeft weer geen zin en vinden het te ver. Inderdaad is het heel wat verder lopen dan ik gedacht had en het stadje viel ook wat tegen. Wel een klein gemoedelijk oude binnenstadje, waar ik een heerlijke Ratskeller ( een biersoort) drink en een ijsje neem om vervolgens de wandeling terug te beginnen.

sí Morgens varen we om ca. 10.00 uur door de duiker onder de dijk de sluis in. Het water is dan voldoende gezakt. Toch altijd weer een spannende bezigheid om door die nauwe en lage doorgang te varen. We zij in gezelschap van 2 Nederlandse platbodems, een zeeschouw en een tjalkje en een 4-tal motorboten. Na geschut te zijn en betaald te hebben varen we naar de volgende sluis bij Lintig. Hier is geen sluismeester meer maar moeten we de sluis zelf bedienen. Henk toont zich een volleerd sluismeester door op een knop te drukken en het hele schuttingsproces gaat in werking. Nu op naar de sluis vlakbij Bremerhaven.

Hier moeten we een tijdje wachten tot het water voldoende gezakt is om onder de geopende sluisschuiven door te kunnen varen. De motorboten zijn in het mooie plaatsje Berdekesa achtergebleven. Daarna varen we over de zeer kronkelige Geeste door de stad Bremerhaven en leggen aan bij de nieuwe jachthaven, niet zo ver van het centrum.

síAvonds gaan Ben en ik naar een kroegje waar we 4 jaar geleden ook zijn geweest en Ben met Anja heeft gedanst. Ook nu is het gezellig.

Echter als ik de volgende ochtend wakker wordt, denk ik eerst, hoe ben ik hier terecht gekomen en heb ik wel de rekening van de kroeg betaald. Ik kan het me niet herinneren, dus een stukje van mín leven kwijt. Echter volgens Ben heb ik keurig betaald, alleen eenmaal buiten begon ik wat vreemd te doen volgens hem. Ook Corrie heeft me gehoord dat ik Ben gevraagd had of ik wel in de goede boot lag en dat ik Ben zín bed wel even klaar zou maken en nog meer van die onzin. Het zal wel, ik weet het niet meer.

De volgende dag kunnen we pas tegen 15.00 uur vertrekken daar we in de prut vast liggen en moeten wachten tot dat het water hoog genoeg is.

We doen daarom wat boodschappen en bekijken het centrum.

Als we om 15.00 uur vertrekken hebben we de vloedstroom mee de Wezer op, richting Elsflet. Het is goed uitkijken met de grote vaart en al die veerponten.

Bij Elsflet gaan we stuurboord uit de Hünte op, richting Oldenburg. Daar aangekomen om ca. 19.00 uur, leggen we aan in de plaatselijke jachthaven ĎAm Stau" dicht bij het centrum van Oldenburg. We gaan de stad in en gaan eten in een sfeervolle "grand cafe", waar je voor een redelijke prijs lekker kan eten.

Woensdag 9 augustus. Om 8.30 uur vertrekken we uit Oldenburg en gaan naar de sluis die toegang geeft tot het Küstenkanal. Hier moeten we geruime tijd wachten, daar er nogal wat vrachtboten liggen wachten die voorrang hebben . De reis door het Küstenkanal kenmerkt zich door eentonige lengte . Bij het plaatsje Dörpen worden we opnieuw geschut en komen zo op de rivier de "Ems". We gaan stuurboord uit richting Leer.

Bij het plaatsje Hebrun vinden we een klein haventje bij een restaurant, waar we afmeren. Het is hier erg landelijk en rustig .we maken een wandeling door het zeer stille dorpje en drinken later iets op het terras van het restaurantje.

De volgende ochtend vertrekken we om ca. 9.00 uur. We varen langs plaatsen zoals Papenburg en Leer . Het gaat vrij snel omdat we de stroom mee hebben.

Hoewel ik ben niet helemaal gerust, want er staat een stevige Westenwind.

Wat heeft dat nu te betekenen op beschut water zoals hier de Eems? Wel 6 jaar geleden voer ik ook op de Eems even boven Leer en toen stond er ook een stevige NW-wind. We konden toen niet tegen de hoge golven in komen, die veroorzaakt werden door harde wind tegen de snelle stroom.

En mín vermoeden komt uit. Even voorbij Gandersum, waar ze een Sperrwerk aan het bouwen zijn en de wind pal op de kop krijgen, worden de golven steeds hoger en stijler.

Ik zie dat mín gestreken mast aan het bewegen is en probeer het met mín ene hand te ondersteunen terwijl ik met de andere stuur.Corrie ziet mij worstelen en gaat achter mij staan en probeert mij te helpen met ondersteunen. Intussen geniet ze van dit spektakel. We maken steeds ergere klappen en op een gegeven ogenblik valt de mast-steun voor weg . Gelukkig valt de mast tussen de preekstoel en blijft stevig liggen.

Ben wordt wakker en vraagt wat er aan de hand is .

Ik besluit dat we maar de haven van Emden binnen varen, want om in deze heksenketel door te gaan naar Delfzijl, lijkt mij niet verstandig, daar het alleen maar slechter wordt.

We leggen aan vlak bij het clubschip "Engelken" van de jachthaven voor de sluis.

De havenmeester is hier erg vriendelijk en behulpzaam.

Ik vul hier mín diesel-voorraad aan,daar het hier een stuk goedkoper is als in Nederland, waar we morgen hopen te zijn.

De stad is hier ruim een half uur lopen vandaan en hier bij de jachthaven is weinig vertier.

Vrijdag 11 augustus. We zijn net Delfzijl binnen gelopen en worden al gauw geschut, waarna we via het Eemskanaal naar Groningen gaan.

We meren af in de jachthaven "Oosterhaven" en zijn niet ver van het centrum. Daar we hier al vroeg in de middag zijn, doen we alvast wat boodschappen en pikken een terrasje op de "Grote Markt". Corrie gaat de stad verkennen.

Ploseling zie ik een collega met zín vrouw op de Grote Markt lopen. Ik schiet hem aan en het blijkt dat ze op vakantie zijn in Noord Drente en een dagje de stad pikken.

síAvonds gaan we met de Torretjes uit eten. Gezellig en lekker.

Daarna worden door hen uitgenodigd op de Aquator voor een borrel en een hapje, daar ze 30 jaar getrouwd zijn vandaag. Henk heeft een prachtige bos met 30 rozen voor Joke gekocht.

Met Ben gaat het niet zo goed. Al een tijdje niet heb ik gemerkt. Overdag valt hij zo maar in slaap, heeft het erg benauwd en is steeds erg moe.

Ik stel voor om naar een dokter te gaan hier in de stad maar daar voelt hij niets voor .

Hij stelt zelf voor om met de trein naar huis te gaan, maar dat vindt Corrie niet goed omdat hij steeds slaapt en daarom niet op plaats van bestemming komt. Het lijkt haar beter om Sandra,zín dochter te vragen hem op te halen morgen van de plaats waar we heen gaan.

Dit lijkt Ben ook wel wat en belt Sandra op om hem morgen tegen 17 á 18 uur uit Harlingen te halen.

De volgende ochtend varen we om 8.30 uur uit , maar moeten bij de Oostersluis, die toegang verleent naar het van Starkenborg-kanaal, ongeveer een uur wachten voor dat we geschut worden. Daarna varen we boven de stad langs en schieten aardig op. De bedoeling is dat we proberen Harlingen te bereiken. Bij de sluis van Gaarkeuken kunnen we nagenoeg gelijk geschut worden. Als we bij Leeuwarden zijn diep in de middag , zie ik het niet meer ziiten dat we Harlingen bereiken en Ben belt Sandra op dat ze maar naar Franeker moeten komen.

Tegen zessen leggen we aan tegen de kade in Franeker. Ik begin gelijk met het optuigen van de mast ,daar dit flink wat tijd vergt en we ook nog de mast van Aquator moeten optuigen. En het wordt toch al tegen half 10 aardig donker.

Sandra en haar vriend komen om Ben mee naar huis te nemen. Maar eerst helpt haar vriend mij om de mast omhoog te krijgen. Dat is mooi meegenomen.

Er heerst een wat matte sfeer doordat Ben is vertrokken, maar lang kan ik hier niet bij stil staan want de mast van Aquator moet ook nog omhoog en getuigd worden.

En zo zijn we hier toch wel de hele avond mee bezig.

Corrie is doodop van toch wel deze lange vaardag en emotionele avond en zoekt haar kooi op. Ik blijf nog wat in de kuip zitten met een borrel en ga daarna ook te kooi.

Zondag 13 augustus nemen we om 8.00 uur afscheid van Henk en Joke, zij gaan het IJsselmeer op, terwijl wij naar Den Helder gaan. We kunnen in Harlingen gelijk geschut worden en om 10 uur zeilen we al op de Waddenzee. Het is prachtig mooi weer, met een lopend windje. Ik geef "Japie" ( mín stuurautomaat) het roer in handen en zo zeilen we heerlijk ontspannen naar Den Helder. We besluiten om bij de Marine Jachtclub te gaan eten en blijven daarna nog wat napraten met de havenmeesteres en andere gasten aan de bar. Heel gezellig .( Zo als altijd trouwens hier ) síNachts barst er een hevige onweer los en valt het water met bakken uirt de hemel.

De volgende dag als we vertrekken is het echter weer mooi weer. We zijn aan onze laatste etappe begonnen . Den Helder ĖUitgeest.

De pret is over. Vier weken vrijheid, voor mij zelfs zes weken en nu de geordende maatschappij weer in. Dat wordt wel even weer wennen.

Resumerend heb ik een mooie reis gehad en ik weet wel zeker mín bemanning ook.

Het weer had wat beter gekund en door het verwaaid liggen is de duur op de Oostzee korter

geweest dan de bedoeling was. Ook de terugreis is anders verlopen dan de bedoeling was.

Maar zoals we allen weten, een zeiltocht die binnen een bepaalde tijdslimiet moet vallen is nu een keer moeilijk te plannen.

Eiko Rozenga,

Schipper van de "Strûner"