Een Sluizen Safari naar Parijs

Wies Smit

Nu eens geen zeilverhaal van een Compromis, maar een binnendoorvaart zonder mast naar Parijs door de twee C888: Baloega en Titurel. Met Joop en Wies Smit en Aart en Ria Nieman.

Voor de voorbereiding was Joop heftig in de weer met hamer, zaag en kwast om 2 motorbootmastjes te maken die precies in de mastkoker pasten. Er werden zelfs snelle blauwe strepen op de witte mastjes gezet, om het een beetje in één lijn te houden.

Er werden zelfs snelle blauwe strepen op de witte mastjes
gezet, om het een beetje in één lijn te houden

Heenreis

Zondag 9 juni 2002 vertrokken we uit Hellevoetsluis op weg naar Wemeldinge, onze eerste stop. Het was heerlijk weer. Maandagmorgen vertrek om 6 uur uit Wemeldinge vanwege de stroom op de Westerschelde naar Terneuzen. Er was veel wind die we tegen hadden, dus bonkten we aardig. Gelukkig was het maar een uurtje, toen kwamen we in rustig vaarwater. De grote sluis in Terneuzen hadden voor ons tweeën, (wat een luxe). Op naar de volgende sluis in Evergem, we voeren inmiddels in België. Bij die sluis hebben we door de vele vrachtboten 2 uur moeten wachten voordat we er door konden (bleek achteraf door een kapotte sluis in de Schelde). Hier moesten we ook een waterwegenvignet kopen. Kosten: 25 euro, veel geld dus. Daarna op naar Gent.

Dinsdags voeren we de Leie op met bestemming Kortrijk. De Leie was mooi varen, prachtige uitzichten van de natuur en huizen met tuinen. In Kortrijk lagen we afgemeerd aan een idyllisch plekje aan de kade midden in het stadje.

Woensdag 12 juni, was een beetje een pech dag. Na 2 uur varen meldde de Titurel ons dat ze rommel in de schroef hadden. Gelukkig hadden we een aanmeerplek vlak daarvoor gezien, dus gingen we daar heel langzaam varend naar toe. Wat nu! Eerst maar even Joop z’n oude surfpak door Aart gepast om de schroef te bevoelen, maar helaas, het pak was te klein. Toen in sportbroekje (zwembroek was even onvindbaar), maar het water was veel te koud en de schroef te ver weg, dus Aart nat en koud er weer uit. Bij het zwembad dat er vlakbij was, hebben ze voor ons een hijskraan besteld. Gelukkig kon hij direct komen. Toen de kraan arriveerde kregen we gelijk een hoop bekijks. Bij het gebeuren kregen we natuurlijk allerlei adviezen van omstanders (te laat), één man zei dat hij duiker was en een ander vertelde dat als het nog eens gebeurde we de brandweer moesten bellen, die doen dat gratis. Toen de schroef boven water kwam, zat er een grijze vuilniszak helemaal om heen gedraaid. Totaal was het een operatie van 1.5 uur. De schroef was gelukkig niet beschadigd en de motor draaide goed. Daarna zijn we toch nog verder gegaan tot Wervik-Sud.

Donderdag 13 juni. Vandaag voeren we Frankrijk via de Deule binnen. Bij de sluis in Quesnoy moesten we het vaarvignet voor Frankrijk kopen voor 30 dagen. Dat ging per vierkante meter. Onze boten zijn dus in Frankrijk 8.50 bij 2.90 breed, i.p.v. 8.70 bij 3.00, zo vallen we nog net in het goedkopere tarief, 73.94 euro en dat is al heel veel geld. Bij de juiste opgave waren we 130 euro’s kwijt geweest. Na de sluis, op naar Lille. Een lelijk industriegebied. Na Lille werd de omgeving vriendelijker, minder industrie. We meerden af in het plaatsje Don aan een dinkeytoy steigertje, wat in het boek als jachthaven stond aangegeven. We waren de enige 2 boten, meer konden er eigelijk niet bij.

Vrijdags voeren we naar Douai. Zaterdags ging het via 8 sluizen naar Cambrai. We waren de enige 2 boten, dus hadden we de ruimte. Het was wel werken, want we gingen gemiddeld 4 meter omhoog, dus ging Ria steeds snel het trappertje op om de lijnen om de bolders te leggen. In Cambrai was zowaar een jachthaven, waar we ook konden douchen, en water en diesel tanken.

De volgende dag was het “de dag” van allemaal sluizen. We voeren nu op het kanaal van St. Quentin (is 92 km lang).Om 10.15uur hadden we de eerste en om 16.40 uur, nr. 17 de laatste sluis voor vandaag. Het waren automatische sluisjes, die we zelf door een stang omhoog te duwen in werking brachten. Gelukkig waren de Titurel en wij de enige boten, dus hadden we de ruimte, tijd, mooi weer en mooie natuur. Bij sluis 10 moesten we ons vignet laten zien en werd ons adres genoteerd voor de rekening in Holland t.b.v. van de tunnel die we vandaag zouden doorvaren. Sluis 11 had een storing. De sensor deed het niet, dus hij ging niet open. Ria is toen op de kant gedropt om de controle-sluisdienst op te piepen. Na drie kwartier kwam er eindelijk iemand per auto en bediende de sluis met het handje.
Om 17.15 uur waren we bij de tunnel. Daar werden we gelijk aan elkaar (met gekruiste lange lijnen) vast gedirigeerd. Met 4 boten werden we door en soort boottrein op elektrokabels met een snelheid van 3 km door de tunnel getrokken. De tocht duurde 1uur en 50 minuten. De tunnel was 5850 meter lang. Gelukkig was hij aardig verlicht, wel koud, ongeveer 10 graden. Het was een heel avontuur. Omdat het al laat was geworden zijn wij in het kanaal blijven overnachten, waarvoor we onze afmeerpennen hebben gebruikt.

Maandag 17 juni, het was erg heet, dus besloten we maar kort te varen en de dikste boom op te zoeken voor de schaduw. Zowaar in de gratis jachthaven van St.Quentin.

Dinsdag 18 juni zijn we al vroeg gaan varen, want het werd weer een hete dag. Om 12.00 uur vonden we een heel mooi plekje op een eilandje met veel schaduwrijke bomen. Het was goed toeven hier. Tijdens de koffie ‘s avonds in de kuip zag Ria een “beest” en .. dat beest kwam terug en heel dichtbij. Bleek een rat te zijn. Toen hebben we toch maar aan ratpreventie gedaan en van chipsdozenkarton schildjes gemaakt en op de meerlijnen gezet, met verboden toegang voor onbevoegden er op.

Woensdag 19 juni hebben we toch nog aardig wat ratten langs de kant gezien. We meerden ‘s avonds af in een piepklein stadje, Pont l’Eveque.

Donderdag 20 juni. Vandaag goot het met bakken uit de hemel, dus besloten we om hier maar te blijven. s’Middags was het alweer droog, zijn we met onze vouwfietsen naar Noyon gefietst. Dat was een alleraardigst stadje met een mooie Kathedraal uit de 12e – 13e eeuw. Bij terugkomst kwam onze buurman van het huis waar we tegenover lagen een praatje maken en bood ons stroom van uit zijn huis aan. Een heel aardige Fransman dus. We zijn toen de volgende dag ook maar gebleven, we lagen toch aan het infuus van onze buur.

Zaterdag 22 juni zijn we weer verder gegaan, uitgezwaaid door onze buurman. Op naar Compiegne. Na 2 sluizen die beide 3 meter naar beneden ging, kwamen we nu op een echte rivier de Oise. We hadden 1,3 mijl stroom mee. Het was een mooie route. We meerden af aan een kade van Compiegne bij een park. 's Avonds vond in dat park nog een rockconcert plaats. We zijn natuurlijk gaan kijken. Compiegne gaf ons al een beetje het Parijse gevoel.

Zes sluizen hebben we vandaag gehad

Zondag 23 juni. Zes sluizen hebben we vandaag gehad. Het waren grote sluizen en we gingen naar beneden, dus een makkie. De Oise is een mooie rivier met heuvels, bossen en leuke plaatsjes. Ook zagen we dit keer geen rat, maar een heuse bever. Hij was ongeveer één meter lang en zwom vlak bij onze boot. Het was echt een mooie zondag, want overal langs de rivier waren mensen aan het picknicken en barbecuen. In Pontoise hebben we afgemeerd.

Maandag 24 juni. Op naar de Seine. Bij Conflance was het zover. Het was rustig varen, weinig scheepvaart. Bij St. Denis zijn we naar binnen gegaan. Eerst schrokken we wel erg van de vieze troep die in het water dreef, zelfs een dood varken kwam voorbij. Het bleek een achterbuurt van Parijs te zijn. Na 7 sluizen waren we deze troosteloze omgeving gelukkig voorbij. In het bassin La Villette hebben we overnacht.

Parijs door het kanaal St. Martin

. Dinsdag 25 juni. Schuin tegenover ons was de eerste sluis, dus binnen een minuut lagen we in nr. 1. We kregen er acht. Steeds 2 achter elkaar. Ze waren zeer gemakkelijk, we gingen steeds 2,5 meter naar beneden met de lijnen om een bolder die mee ging en door hulpvaardige sluismeesters eromheen werden gedaan. We waren wel een bezienswaardigheid, want deze route wordt niet zo veel gebruikt door plezierboten, maar was ons aangeraden door een kennis die jaren lang op een spits had gevaren.

Het leek een beetje op Amsterdam al die grachten, bruggen en de mooie huizen die er stonden. We voeren nu dwars door Parijs.Na de 8e sluis kwam er een tunnel. Nu voeren we zelfs onder Parijs door.

Na de 8e sluis kwam er een tunnel

Het duurde ongeveer een kwartier. Doordat de tunnel mooie ronde lichtkoepels had was de lichtval heel bijzonder. Er hingen lampen die een regenbooglicht gaven. Een paar dagen later hebben we de lichtkoepels vanaf het plein gevonden. Het gaf ons wel een kick dat we daar beneden hadden gevaren. Aan het eind van de tunnel was gelijk de jachthaven “Het Arsenal”. Midden in Parijs. We keken van uit de boot op de gouden gedenknaald van de Bastille. Het is een bewaakte jachthaven. We konden dus met een gerust hart onze boot (wel alles op slot) verlaten. Deze jachthaven diende ook gewoon als doorvaarroute voor het scheepvaartverkeer, dat was wel een vreemde gewaarwording om opeens een vrachtschip (spits) langs te zien varen, maar het ging allemaal heel rustig en het gebeurde ook maar 3 of 4 keer per dag. Ze voeren dan vanuit de tunnel naar de andere kant van de jachthaven, om dan via de sluis de Seine op te gaan. In Parijs zijn we een week gebleven. Onze kinderen en kleinkinderen kwamen ook nog een paar dagen over, om zo via botel Baloega en Titurel, naar Euro Disney te gaan.

Op de heenreis hebben we in totaal 82 sluizen en 3 tunnels bevaren.

De terugreis via de Franse en Belgische Ardennen

Dinsdag 2 juli. Na afscheid te hebben genomen van de (klein)kinderen, zij gingen nog een dag naar Euro-Disney, aanvaardden wij de terugtocht. Nadat we nog even verse groente en vlees gehaald hadden, diesel en water getankt, vertrokken we 12.00 uur met enige weemoed, om nu aan de andere kant van de jachthaven via de sluis de Seine op te varen. Daar begon eigenlijk onze mooiste tocht met de boot. We kwamen ogen te kort door al dat moois.Eerst de Notre dame, daarna het Louvre, Pont Alexandre met al z’n gouden beelden, de Eifeltoren en als laatste het Vrijheidsbeeld. Prachtig, prachtig, prachtig. En dat allemaal vanuit ons 888 jacht. We hebben er van genoten. Bij het plaatsje Rueil Sur Seine hebben we afgemeerd voor de nacht.

Woensdag 3 juli vertrokken we met zeer slecht weer. Op de heenreis hadden we dit ook gevaren, en de afmeerplekjes voor de terugreis genoteerd. Isle’adam was z’n stop, het was een alleraardigst stadje.

Donderdag 4 juli. We voeren inmiddels al weer op de Oise. Het weer, was enigszins opgeklaard. Na 25 mijl en 6 sluizen hielden we het aan de kade van Compiegne vandaag voor gezien.

Vrijdag 5 juli voeren we de l’Aisne op. Het zat ons niet helemaal mee, want we hadden wat spitsen als meeliggers, zij hadden natuurlijk ook voorrang bij de sluizen en aangezien er één bij was die met zijn bodem de l’Aisne schoon schuurde, schoot het niet echt op. Wel was het een mooi vaarwater. De laatste sluis voor deze dag haalden we net niet. We konden ook niet aan de kant komen vanwege de ondiepte. Gelukkig was er een baggerschuit. We hebben daar toen maar aan vast gelegd en moesten het mooie stadje Soissons voor gezien houden.

Na een paar dagen van veel regen was het vandaag Zaterdag 6 juli weer een mooie dag. Veel zon en lekker warm. Na 8 sluizen (waarvan er bij één Ria weer op de kant gelanceerd werd om de sluismeester op te piepen, omdat hij niet open ging), was Berry-aux-Bac onze afmeerplek.

Zondag 7 juli voeren na de 1e sluis het Canal des Ardennes op. Het was leuk varen, veel te zien en te horen, een kakofonie van allerlei vogels, het leek soms wel een oerwoud waar we doorheen voeren. We waren steeds maar met 2 schepen, dus nog steeds heel relaxed de sluizen in.

Van de 11 die we vandaag hadden, waren er 2 met storing waarvoor we de sluismeesters weer op moesten piepen. In Attiqny bij een soort jachthaven in dit kanaal hebben we ‘s avonds vastgelegd en konden we zowaar drinkwater tanken. Het was een gezellig plekje. Er lagen hier meer boten. We hebben natuurlijk ervaringen uitgewisseld.

Sluizentrapdag

Maandag 8 juli om 7.00 uur was Joop al op pad met karretje en 3 jerrycans voor de diesel. De dichtsbijzijnde pomp was 10 minuten lopen. Kwartier later werd hij luxe per auto door de pomphouder thuisgebracht. Dat scheelde, weer een aardige Fransman. 8.15 uur vertrokken we. Half negen en tien over negen hadden we nog 2 gewone sluizen, 9.30 uur klokten we de 1e van de sluizentrap en de 27ste pakten we, na zes uur en tien minuten, over een afstand van 7 km.

Na 2 sluizen zaten we in het ritme

Na 2 sluizen zaten we in het ritme. Korte lijn met karabijnhaak aan de middenbolder als eerste aan de trap vast. Daarna ging Joop en bij de Titurel Ria, met de achterlijn via het trappertje naar boven, we liggen steeds 3 meter diep en ik gooi de voorlijn op de wal. Maak eerst de achterlijn vast, daarna de voorlijn. Joop weer aan boord, arm omhoog en Aart kan de blauwe stang omhoog duwen, zodat de deuren dicht gaan. Zo zijn we totaal 82 meter omhoog gegaan. Het ging allemaal heel ontspannen, 2 compromissen 888 in een 40 bij 5 meter lange sluis. De omgeving was schitterend en het weer ook. Prachtige panorama’s.

Straalkastjessluisdag

Dinsdag 9 juli. Gisteren kregen we in de laatste sluis, bij het plaatsje Le Chesne een kastje met een sensor en daar moesten we vandaag de sluizen mee open stralen (Jomanda was hier niets bij). Het waren er deze dag maar 10. we gaan nu tot in Hellevoetsluis alleen nog maar naar beneden, dat wordt dus een makkie voor ons. Het stralen ging prima. We kregen ook nog een tunnel die we op groen moesten stralen. Ondertussen genoten we van de omgeving. Bij Pont à Bar voeren we de Maas op. In Charleville Mezières was een mooie nieuwe jachthaven, waar we voor het eerst sinds Parijs weer moesten betalen.

Woensdag 10 juli. Het regende pijpenstelen, dus geheel in zeilpak en laarzen aan op weg. Waarschijnlijk door de vele regen kregen we bij de eerste sluis het kastje op de kant niet ingestraald, wel kwam er een rookwolk uit, dat was natuurlijk lachen, dus de sluismeester maar weer opgepiept. Bij de zesde sluis moesten we ons kastje weer inleveren. De Maas is prachtig varen, door de heuvels en de dorpjes er tegen aangeplakt. Bij Revin meerden we aan een lange steiger, waar het voor het eerst aardig druk was.

Donderdag 11 juli. Voor de broodnodige variatie hadden we vandaag 10 sluizen die nog geheel met de hand bediend werden. Joop of Aart hielpen om beurten mee de deuren dicht te draaien, wat ook wel zo z’n bekoring had. Er voer nog steeds geen boot met ons mee, wel werd het al aardig druk met tegemoet komende schepen, die allemaal de Ardennenroute pakten. Om drie uur passeerden we de Franse grens en waren we weer in België. De sluizen waren gelijk een stuk groter en moderner. Hier moesten we weer een vaarvignet voor Wallonië kopen. Kosten: wel één euro en 5 cent. Met dit vignet moesten we tot aan Nederland iedere keer bij de sluis (het waren er 10) een stempel halen, belachelijk, het waren hele grote moderne sluizen met computers (waar we ook instonden), nee een stempel moest je evengoed halen, anders gingen de deuren niet dicht. Bij al die sluizen gingen we gemiddeld 10 meter naar beneden aan drijvende bolders. Hier was ook weer vrachtverkeer, maar de sluizen waren zo groot dat je daar niet veel van merkte.

De tocht was prachtig, wat zijn de Ardennen aan de Maas mooi, soms leek het wel of we in de Noorse fjorden voeren. In Dinant vlakbij de Citadel hebben we de nacht doorgebracht. Van Dinant vertokken we de volgende dag naar Namur. Dat was maar een halve dag varen, maar we wilden Namen bekijken en de Citadel beklimmen, dat echt de moeite waard was.

Van Namen ging het Zaterdag 13 juli naar Luik. Tot halverwege Luik was het nog mooi varen, daarna kregen we die afgrijselijke fabrieken. Luik binnenvaren was wel weer leuk.

Zondag 14 juli zijn we eerst naar de zondagsmarkt geweest, die was vlak bij de jachthaven, gezellig hoor. Om daarna ‘s middags naar Maastricht te varen, waar we via een sluis in een rond bassin terechtkwamen, in een nieuwe jachthaven waar het feest was, met muziek en dans, mooier onthaal kon dus niet.

Maandag 15 juli. Of de duvel er mee speelt, had de Titurel in de eerste week een vuilniszak in de schroef, nu waren wij aan de beurt, in de laatste week dus. Gelukkig hadden we toch al zo’n 15 mijl gevaren, toen onze boot ging sputteren, De Titurel heeft ons 5 mijl op sleeptouw genomen naar Wessem, want volgens de almanak was daar een kraan. We kwamen daar om 16.55 uur aan. Joop gelijk vragen of we de volgende ochtend even in de kraan konden, nee,we konden gelijk. Om 17.15uur. lagen we alweer, één vuilniszak + 5 meter visdraad armer, afgemeerd. Service hoor.

Dinsdag t/m vrijdag was het varen weer zoals je in Nederland gewend bent. Je komt weer op bekend terrein. Vrijdags 19 juli 2002 arriveerden we ‘s middags in Hellevoetsluis.

Op de terugreis hadden we 113 sluizen.
Totaal hebben we 195 sluizen en 6 tunnels genomen.
De afstand heen en terug was 780,6 mijl.
Het was een bijzondere belevenis.

Wies Smit



Vereniging van Compromis en C-Yacht eigenaren